Wie na een wissel op de bank komt, blijft gewoon meeslaan: de slagorde loopt door over iedereen die vandaag meespeelt.
AB (at-bats) = slagbeurten: elke keer dat je aan slag kwam. H (hits) = honkslagen: raak geslagen en veilig op honk — een vrije loop telt hier gewoon mee als honkslag op het eerste honk. 1B / 2B / 3B / HR = tot welk honk je raakte: eerste, tweede of derde honk, of een homerun. OUT = uit geslagen. R (runs) = zelf gescoorde punten: hoe vaak jíj over de thuisplaat kwam — bij een homerun weet de app dat zelf, bij een gewone +1 vraagt ze kort wie het punt binnenliep (overslaan kan; later invullen of verbeteren kan bij “Invoer verbeteren”). RBI (runs batted in) = binnengeslagen punten: elk punt dat scoorde terwijl jij aan slag was — bij een homerun tel je ook jezelf mee. RP (runs produced) = R + RBI − HR: jouw totale aandeel in de gemaakte punten — zelf binnengelopen plus binnengeslagen, waarbij een homerun één keer telt (je slaat jezelf binnen, dat is één punt en geen twee).
AVG (average, slaggemiddelde) = H ÷ AB: hoe vaak je veilig op honk raakt, van .000 tot 1.000 — .400 betekent op honk in 4 van de 10 slagbeurten. OPS = AVG + slugging. De slugging weegt hoe vér je slaat: totaal aantal behaalde honken ÷ AB, waarbij een 1B voor 1 honk telt, een 2B voor 2, een 3B voor 3 en een HR voor 4 (wil je ze los zien: slugging = OPS − AVG). OPS vat zo “vaak op honk” én “ver slaan” samen in één cijfer. Eén allesomvattend supercijfer bestaat niet: OPS meet je kwaliteit aan slag, RP meet je aandeel in de punten — samen vertellen ze het hele verhaal.
AB (at-bats) = slagbeurten: elke keer dat je aan slag kwam. H (hits) = honkslagen: raak geslagen en veilig op honk — een vrije loop telt hier gewoon mee als honkslag op het eerste honk. 1B / 2B / 3B / HR = tot welk honk je raakte: eerste, tweede of derde honk, of een homerun. OUT = uit geslagen. R (runs) = zelf gescoorde punten: hoe vaak jíj over de thuisplaat kwam — bij een homerun weet de app dat zelf, bij een gewone +1 vraagt ze kort wie het punt binnenliep (overslaan kan; later invullen of verbeteren kan bij “Invoer verbeteren”). RBI (runs batted in) = binnengeslagen punten: elk punt dat scoorde terwijl jij aan slag was — bij een homerun tel je ook jezelf mee. RP (runs produced) = R + RBI − HR: jouw totale aandeel in de gemaakte punten — zelf binnengelopen plus binnengeslagen, waarbij een homerun één keer telt (je slaat jezelf binnen, dat is één punt en geen twee).
AVG (average, slaggemiddelde) = H ÷ AB: hoe vaak je veilig op honk raakt, van .000 tot 1.000 — .400 betekent op honk in 4 van de 10 slagbeurten. OPS = AVG + slugging. De slugging weegt hoe vér je slaat: totaal aantal behaalde honken ÷ AB, waarbij een 1B voor 1 honk telt, een 2B voor 2, een 3B voor 3 en een HR voor 4 (wil je ze los zien: slugging = OPS − AVG). OPS vat zo “vaak op honk” én “ver slaan” samen in één cijfer. Eén allesomvattend supercijfer bestaat niet: OPS meet je kwaliteit aan slag, RP meet je aandeel in de punten — samen vertellen ze het hele verhaal.